
Menstruatie en depressie:
Het TIDE onderzoek
Tracking Premenstrual Increases in Depressive Episodes

Hormonen en depressie
Depressie komt veel voor: 1 op de 4 vrouwen in Nederland maakt in haar leven een depressie mee. Het risico op depressie is ook hoger in levensfases waarin er hormonale veranderingen zijn, zoals tijdens de zwangerschap, kraamtijd en rondom de overgang.
Hoewel veel mensen het Premenstrueel Syndroom (PMS) kennen, kennen weinig mensen het fenomeen premenstruele verergering (of Premenstrual Exacerbation: PME). Bij PME zien we dat bestaande mentale klachten, zoals depressie, kunnen veranderen of erger kunnen worden in de week voor de menstruatie. Niet iedereen heeft last van PME.
Het TIDE onderzoek
Hoewel er weinig onderzoek is naar de invloed van de menstruatiecyclus op depressie, zijn er schattingen dat 52% tot 60% van de vrouwen met een depressie last heeft van verergering van depressieklachten in de cyclus: dit noemen we ook wel PME.
Daarom heeft het TIDE onderzoek 3 doelen:
1. Bestuderen hoe vaak PME bij depressie voorkomt;
2. Onderzoeken hoe we PME bij depressie het beste kunnen vaststellen;
3. Onderzoeken of vrouwen met PME ook vaker last hebben gehad van depressie in de kraamtijd of bij gebruik van hormonale anticonceptie.


Hoe werkt het TIDE onderzoek?
De onderzoekers benaderen vrouwen* die in behandeling zijn voor een depressieve episode bij de deelnemende centra. Zij krijgen meer informatie én als ze willen kunnen ze meedoen met het onderzoek.
Als je meedoet met het TIDE onderzoek, doe je mee aan een aantal vragenlijsten en aan dagelijkse dagboekjes. De dagboekjes vul je in op je telefoon, deze gaan over je menstruatie en je stemming.
Als je meedoet met de dagboekjes, krijg je een rapport met daarin een samenvatting van je eigen metingen. Zo kan je zelf ook zien of je last hebt van premenstruele verergering van je stemming.
Einddoel van het TIDE onderzoek
In het TIDE onderzoek geven we deelnemers inzicht in de relatie tussen hun menstruatie en hun depressieve klachten. Hiermee krijgen ze zelf meer inzicht in de invloed van hun cyclus op hun mentale gezondheid en kunnen ze samen met hun zorgverlener en omgeving overleggen hoe ze hiermee om kunnen gaan.
Iemand met PME bij depressie kan bijvoorbeeld in de week voor de menstruatie meer steun krijgen van hun omgeving of zorgverlener; of ze kunnen nadenken of ze het fijn vinden om bijvoorbeeld hormonale anticonceptie te gaan gebruiken.

“Voor sommige mensen is hun menstruatie een beetje net als de getijden in de zee, met eb en vloed. Als je de getijden niet snapt, word je bij vloed overspoeld door de zee. Maar als je weet wanneer het vloed wordt, kan je hier rekening mee houden. Dit is ook het idee achter de TIDE-studie: Als je meer weet over je menstruatiecyclus, kan je hier rekening mee houden.”
– Dr. Margot Morssinkhof, Projectleider TIDE onderzoek
*Iedereen die menstrueert kan last hebben van premenstruele verergering: dus ook mensen die zich niet identificeren als vrouw. Om deze informatie zo begrijpelijk mogelijk te maken voor een breed publiek zullen we verwijzen naar “vrouwen”, maar we benadrukken dat ook personen die zich niet identificeren als vrouw mee kunnen doen met het onderzoek.